Wat zijn asperges?

U herkent de asperge mogelijk als er wordt gesproken van de bijnamen ‘het witte goud’, ‘de parel van het land’ of ‘koningin van de groente’. Deze bijnamen laten zien dat de asperge als een bijzondere soort groente wordt gezien. De echte wetenschappelijke naam van de asperge is ‘Asparagus officinalis L.’.

De asperge behoort tot de familie van de lelieachtigen, net als de lelie, narcis, knoflook en prei. Eerst wordt de asperge gekweekt bij een professionele kweker. Voor één hectare is ongeveer 0,75 kg zaad nodig. Rond half maart worden de zaden met precisie uitgezaaid. Weer een jaar later worden de planten op 1 april gerooid. De asperges worden gepland in geulen op een dieptie van ongeveer 25 cm en een rijafstand van 170 cm. Een sterke aspergeplant kan maar liefst 20 stengels leveren in een aspergeseizoen. Dit is sterk afhankelijk van de juiste bemesting, grondbewerking, grondstructuur, de temperatuur en de verdere verzoring van de aspergeplanten.

De asperge is een meerjarig gewas, dat doorgaans tien jaar op hetzelfde perceel blijft staan.

 De eerste jaar na planting wordt de asperge niet geoogst. De jonge plant moet zich eerst kunnen ontwikkelen. Het tweede jaar wordt slechts drie weken geoogst. Het derde jaar wordt tot 1 juni geoogst. Pas vanaf het vierde jaar tot aan het tiende jaar wordt er volledig geoogst. Het aspergeseizoen begint ongeveer midden april en eindigt op 24 juni, Sint Jansdag.